1. Het boek en zijn auteur

Isaac Asimov werd in 1920 als Isaak Ozimov in Rusland geboren uit Joodse ouders. Toen hij drie jaar was, emigreerde het gezin naar de VS. Zijn vader dreef lang een winkel in Brooklyn. De jonge Isaac bleek een hoogbegaafde scholier en werd opgeleid als biochemicus. Vanaf 1958 werkte hij fulltime als schrijver.

In de loop van de jaren veertig verschenen van Asimov negen losse verhalen over robots in de tijdschriften ‘Super Science Stories’ en ‘Astounding Science Fiction’. Door die verhalen aan elkaar te verbinden met fragmenten die zich afspelen in het jaar 2057 transformeerde hij ze tot één raamvertelling.

Zo verscheen in 1950 ‘Ik, robot’, in een bescheiden oplage van 5.000 exemplaren. Een sciencefictionklassieker was geboren. In 1966 kwam de Nederlandse vertaling uit.
Zijn meest gelezen werk groepeerde Asimov in twee series, de Robotserie’ en de ‘Foundationserie’. In later jaren verbond hij die twee met elkaar. Ook schreef hij honderden essays.
In ‘Ik, robot’ formuleerde Asimov drie Wetten van de Robotica die onveranderlijk in robots geprogrammeerd worden. Ook verzon hij het begrip ‘positronisch brein’. Het woord ‘positronisch’ koos hij vooral omdat het begrip onbekend was en de klank hem beviel.

De drie Wetten van de Robotica, als geformuleerd door Isaac Asimov
1. Een robot mag een mens geen letsel toebrengen, noch, door passief te blijven, een mens letsel laten overkomen.
2. Een robot moet de door mensen gegeven orders gehoorzamen behalve wanneer die orders in strijd zijn met de Eerste Wet.
3. Een robot moet zichzelf beschermen zolang of voor zover dat niet met de Eerste of Tweede Wet in strijd is.

Asimov beschouwde zichzelf als een atheïstisch humanist. Hij zag ethisch besef als een nuttige rem op ongebreideld menselijk handelen. Daarom was hij van mening dat ook robots, naarmate ze verder ontwikkeld werden, met ethisch besef uitgerust zouden moeten zijn.
Asimov was twee keer getrouwd, had uit zijn eerste huwelijk twee kinderen. Vreemd genoeg leed hij aan vliegangst; zijn rijbewijs haalde hij eerst op latere leeftijd. Zwemmen of fietsen heeft hij nooit geleerd. Zijn huid liet een lang verblijf in de zon niet toe. Met vakantie gaan beschouwde hij als tijdverspilling.
Asimov won een groot aantal prijzen en kreeg 14 eredoctoraten. Hij stierf in 1992 aan de gevolgen van een hiv-infectie die hij negen jaar eerder had overgehouden aan een bloedtransfusie.

In 2004 kwam de film ‘I, Robot’ uit, losjes gebaseerd op het boek, met Will Smith in de hoofdrol.

Terug naar boven

2. De inhoud

We schrijven 2057. We maken kennis met de 75-jarige Susan Calvin, de eerste grote beoefenaar van het specialisme robotspsychologie. Zij heeft haar werkzame leven gesleten in dienst van de Amerikaanse robotproducent US-Robots & Mechanical Men Inc. In negen verhalen zijn we getuige van verschillende episodes uit haar loopbaan. Hieronder een samenvatting.

1. Robbie.
Robbie was in 1998 een primitieve, niet-sprekende robot die op de markt kwam als kindermeisje. Het verwende rijkeluiskindje Gloria klampt zich hardnekkig aan hem vast wanneer haar ouders Robbie weg willen doen.

2. Dronken robot.
Het is 2015 en we zijn op de planeet Mercurius. Speedy, robot van een nieuw, geavanceerd type, loopt steeds in kringetjes rond en dat brengt de ruimtetechnici Gregory Powell en Mike Donovan in levensgevaar.

3. Logica.
Een half jaar later assembleren Powell en Donovan op een afgelegen ruimtestation een ander experimenteel robottype, dat primitievere soortgenoten moet aansturen. De machine negeert commando’s van de twee technici en kiest met letterlijk ijzeren logica voor gehoorzaamheid aan een opperwezen, dat hij ‘de Meester’ noemt.

4. Vingers.
Powell en Donovan zijn opnieuw een half jaar en een klus verder. Op een asteroïde waar mijnen ontgonnen worden moeten ze een meervoudige robot testen. Dat is een nieuw soort robot die de leiding heeft over zes metalen ondergeschikten. Hoe een mysterieuze werkweigering van het organisme te verhelpen?

5. Leugenaar.
In 2021 wordt er per ongeluk een robot ontwikkeld die gedachten kan lezen. Deze brengt de stille verliefdheid van Susan Calvin aan de oppervlakte – en tussen de robottechnici een hoop haat en nijd.

6. Robot vermist.
In 2029 wordt in het kader van het hyperatoomplan een beperkt aantal robots uitgerust met een afgezwakte Eerste Robotwet. Eén van die exemplaren verdwijnt. Hoe deze instabiele, bedreigende robot terug te vinden tussen 62 identieke soortgenoten?

7. Grappenmaker!
US Robots heeft het Brein ontwikkeld, een supercomputer. Het Brein bouwt een interstellair ruimteschip dat via een kromming in de ruimte een interstellaire sprong moet maken. Zullen de proefpersonen Powell en Donovan die sprong overleven? En bijna nog belangrijker: zal het Brein het overleven?

8. Bewijs.
In de jaren 2030 zijn robots op aarde verboden. Maar verkiezingscampagnes verlopen nog net zo hardhandig als in onze tijd. Kandidaat-burgemeester Stephen Byerley wordt ervan beticht een robot te zijn. Hoe toon je aan dat iemand geen robot is?

9. De machines.
De laatste episode speelt in 2052 en gaat eigenlijk over globalisering. De aarde is verdeeld in vier Sferen die nog het meest lijken op vier Europese Unies. In elk daarvan maakt een superieure Machine de dienst uit. Er doen zich economische onevenwichtigheden voor. Zijn die toevallig en bedreigend? Of zijn ze ingecalculeerd?

21ste-eeuwers over Ik, robot
“Flitsend bedachte verhalen en verrassend actueel. Beetje vergelijkbaar met Orwells 1984, inmiddels wat privacy betreft een al lang gepasseerd station. De verhalen komen ons nu al niet meer zo vreemd voor als toentertijd. Steeds is de vraag: kan een robot zich ontwikkelen tot een soort mens en is hij/zij/het tot gevoel in staat? Door toedoen van Susan Calvin worden robots steeds menselijker.”
Theo van der Meer – Bibliotheek Leeuwarden

21ste-eeuwers over Ik, robot
“Deze verhalen behoren tot de meest invloedrijke die ooit over robots geschreven zijn. Asimov was een van de eerste schrijvers die van een robot meer maakte dan een lopende rekenmachine of een tinnen soldaat. In zijn ogen is het een mechanische medemens met een complex karakter en een indrukwekkende intelligentie, die met een jeugdige onbevangenheid naar onze wereld kijkt. En dat zet mij steeds weer aan het denken over de plaats die robots uiteindelijk onder ons in zullen nemen.”
William Remmers – Dekker v.d. Vegt boekverkopers, Nijmegen

Terug naar boven

3. Ronald Giphart & asibot

Wat gebeurt er als de techniek probeert literatuur te schrijven? Dat is de vraag bij een experiment van schrijver Ronald Giphart samen met onderzoekers van het Meertens Instituut in Amsterdam en de Universiteit van Antwerpen. Het resultaat van deze unieke coöperatie is het verhaal ‘De robot van de machine is de mens’. Het is als toegift opgenomen in de Nederland Leesteditie van Ik, robot.

‘We hebben een computer geleerd op basis van een grote verzameling teksten, zo’n tienduizend, wat literatuur is. En op die manier een systeem gemaakt dat dan zelf weer literair-achtige teksten zou kunnen maken,’ vertelde Folgert Karsdorp van het Meertens Instituut aan NOS op 3.
‘Wij zelf kunnen nooit tienduizend romans lezen in ons leven, maar een robot heeft dat zo gedaan. Nou ja, het duurt een weekje. Maar dan heeft hij al die informatie in zich. En al die informatie wordt gebruikt om nieuwe zinnen te maken. Er komen concepten bij elkaar die wringen of botsen, maar soms ook verrassend leuk zijn. En dat is een beetje het idee ook, dat het verrassend nieuwe processen oplevert waar een auteur door geprikkeld wordt om verder te denken, om nieuwe wegen in te slaan.’

Een heel boek kan door de robot nog niet geschreven worden, maar een aantal alinea’s lukt al wel. Eerdere schrijfrobots produceerden alleen voorgeprogrammeerde zinnen, maar deze gaat een stap verder. Wat hij schrijft, is origineel. De robot heeft de toepasselijke naam Asibot meegekregen.
Karsdorp ziet Asibot als een soort synthesizer voor tekst, inclusief knoppen waar je aan kan draaien. ‘Je kunt hem instellen op heel conservatief, maar ook zo dat hij je heel wilde associaties voorschotelt.’
‘Ik typ een paar woorden, de bot geeft een voorzet voor een zin,’ vertelde Ronald Giphart aan NRC Next. ‘Het is niet allemaal even leesbaar en logisch, daar is mijn inbreng nog voor nodig.’
Giphart vindt het ‘enorm spannend wat voor verhaal we samen gaan schrijven. Normaal gesproken verzin ik zelf het plot, werk ik de karakters uit en zoek de woorden. Nu gaat de robot me daarbij helpen. Ik ben de baas, maar hij doet het werk!’

Giphart roemt de voordelen van het schrijven in samenwerking. ‘Ik kan altijd zeggen als het niks is, tsja, dat is de schuld van de robot. En als het een geweldig verhaal is, dan zeg ik; ‘ja goed, dat is dan wel dankzij mij ontstaan.’

Terug naar boven

4. Robot-tijdlijn

  • Connector.

    1495

    Behalve een vliegmachine en een duikerpak tekende Leonardo da Vinci ook het mechaniek voor een zelfbewegend harnas.

  • Connector.

    1600

    Da Vinci tekende slechts, de Japanners maakten ze als eerste: zelfbewegende mensachtigen.

  • Connector.

    1822

    De Engelse wiskundige Charles Babbage ontwierp de eerste mechanische rekenmachine.

  • Connector.

    1921

    De Tsjechische schrijver Karel Čapek introduceert het woor ‘robot’, in zijn toneelstuk R.U.R. (Rossum’s Universal Robots). Het Tsjechische woord ‘robota’ betekent ‘verplicht werk’ of ‘corvee’.

  • Connector.

    1927

    ‘Metropolis’ van Fritz Lang was de duurste speelfilm van de jaren twintig en tegelijk de allereerste science-fictionfilm. Er komt een vrouwelijke robot in voor.

  • Connector.

    1941

    Een robot trekt de aandacht op de Utrechtse Jaarbeurs.

  • Connector.

    1946

    John von Neumann, Amerikaans wiskundige van Hongaarse komaf, bouwt de eerste computer.

  • Connector.

    1952

    Op prototypes die opgebouwd waren uit Meccano-onderdelen volgt de eerste computergestuurde machine die een voorwerp kon maken, nl. een asbak.

  • Connector.

    1958

    Elektrotechnicus Jack Kilby ontwikkelt voor Texas Instruments de eerste geïntegreerde schakeling, voorloper van de microchip.

  • Connector.

    1997

    In een tweekamp over zes partijen wint schaakcomputer ‘Deep Blue’ van wereldkampioen Garri Kasparov.

  • Connector.

    2006

    Robots verhogen de precisie van chirurgische ingrepen.

  • Connector.

    2009

    Hiroshi Ishiguro, onderzoeker aan de universiteit van Osaka, maakt zichzelf na.

5. Praten over Ik, robot en ons

Goede sciencefiction heeft niet alleen een spannend verhaal te bieden, maar zet ook aan tot denken. Kenmerk van sciencefiction is dat het speelt met elementen uit de wetenschap. Dat is vooral de wetenschap zoals die er voor stond op het moment dat de schrijver zijn boek schreef. Ook kan het verhaal speculeren over waar het met de wetenschap heengaat. En waar die ontwikkelingen ons mensen zullen brengen.

Isaac Asimov schreef de ‘Ik, robot’-verhalen in de loop van de jaren 1940. In die periode ontplofte de eerste atoombom, werd de eerste computer gebouwd en werd de geluidsbarrière doorbroken. Discussievraag: Als we naar de stand van de techniek anno nu kijken, welke ontwikkelingen heeft Isaac Asimov voorzien? En welke niet?

‘Ik, robot’ bestaat uit negen verhalen die steeds een ander aspect van robotica centraal stellen. Ze worden aan elkaar verbonden door de figuur van robotpsycholoog Susan Calvin. Zij belichaamt het belang dat Asimov hechtte aan sociale kwaliteiten van robots. In zijn ogen moet een robot meer zijn dan een machine die alleen maar dom werk verricht of vecht. Discussievraag: Op welke manier heeft Asimov in Ik, robot die sociale kwaliteiten handen en voeten gegeven?

Behalve naar wat de negen verhalen met elkaar verbindt, kunnen we ook kijken naar wat ze van elkaar onderscheidt. We maken kennis met industriële robots, robots die als twee druppels water op mensen lijken, robots die robots commanderen, robots die robots maken. Discussievraag: Kun je nog meer varianten noemen?

Via ‘Ik, robot’ komen we uit bij de huidige stand van de robottechniek. Dan denken we aan industriële robots, zorgrobots, robots in chirurgie en oorlogvoering, drones. Discussievraag: Noem van een aantal van deze categorieën zowel voor- als nadelen.

Ga je naar Wikipedia, dan lees je dat een robot een programmeerbare machine is die verschillende taken kan uitvoeren. Op Youtube zijn boeiende optredens terug te zien van Vanessa Evers, hoogleraar sociale robotica aan de Universiteit Twente. Volgens haar moet een robot een lichaam hebben, de omgeving kunnen waarnemen, daarover kunnen redeneren en vervolgens kunnen handelen. Discussievraag: Wat zijn de verschillen tussen de definities van Vanessa Evers en van Wikipedia?

Er is nog een andere kijk op de zaak mogelijk. Een gedeelte van de robotontwikkeling speelt zich af in wetenschap en techniek, een ander gedeelte speelt zich af tussen onze eigen oren. Diepgeworteld is namelijk onze neiging om machines waar wij mee omgaan een naam te geven, ze bijna een ziel toe te kennen. Alsof het levende wezens zijn. Vandaar ook dat die metalen figuren die wij robots noemen al bijna honderd jaar bestaan. Ruim voordat we ze feitelijk konden maken, hebben we ze al verzonnen. Discussievraag: Denk eens na over het volgende: Het zijn toch allemaal dode machientjes? Kunnen we niet beter zonder die aaibare, mens-gelijke kenmerken?

Betrek tot slot het toegift-verhaal van Ronald Giphart & Asibot in het gesprek. Discussievraag: Wat voegt dit verhaal toe over de relatie tussen robots en mensen?

Terug naar boven

6. Verder lezen

Zonder science geen sciencefiction. Algemeen wordt het bestaan van de moderne wetenschap gezien als voorwaarde voor het sciencefictiongenre. In die visie is ‘Frankenstein’ de eerste sciencefictionroman. De schepper van dat boek was een Engelse vrouw van maar 19 jaar, Mary Shelley. Het verscheen in 1818. Zij laat het monster van Frankenstein door elektriciteit tot leven komen. Haar verhaal wordt nog steeds gelezen en is vele malen verfilmd en verstript. De laatste versie in het Nederlands heeft een voorwoord van Hanna Bervoets.

Hanna Bervoets is ook de auteur van de roman ‘Fuzzie’. Dat is de naam van een gekleurd, pluizig bolletje waar haar personages opeens mee rondlopen. De bolletjes kunnen praten en reageren, ze lijken een eigen wil te hebben. Je gaat aan ze hechten.
Een andere schrijver die over robots nagedacht heeft, is Adriaan van Dis. Zijn nieuwste boek, ‘In het buitengebied’, bevat verhalen over alleen wonen. De ik-persoon neemt het Japanse robotje Akiko in huis. Doorbreekt het zijn eenzaamheid? Of accentueert het die juist?

Sciencefiction beleefde een bloeiperiode in de jaren vijftig tot zeventig van de 20ste eeuw. Het genre was toen vooral schatplichtig aan de ontwikkeling van de ruimtevaart, de computer en de atoombom. Naast Isaac Asimov zijn Robert Heinlein en Arthur C. Clarke gezichtsbepalende auteurs geweest.
In de laatste decennia is fantasy bij sciencefiction langszij gekomen als een aansprekend genre met grote beeldende potentie. Sciencefiction houdt zich bij voorkeur met de toekomst bezig, terwijl veel fantasyverhalen in een verleden spelen. De rol van wetenschap in sciencefiction wordt in fantasy vervuld door verzonnen wezens en tovenarij. Aan de basis van de moderne fantasy staan de boeken van J.R.R. Tolkien. In onze eeuw heeft vooral de Harry Potter-reeks het speelveld voor fantasy groter gemaakt.

Toch wordt er nog steeds sciencefiction van belang geschreven. Zo verscheen vorig jaar de thriller ‘Tinnen soldaten’ van Christopher Golden. Hij schetst een beeld van moderne oorlogvoering door hordes robotsoldaten. Ze worden bestuurd door een beperkt aantal menselijke militairen die veilig onder de grond verborgen zitten. Twee jaar ouder is ‘Robocalyps’ van Daniel H. Wilson. In dit verhaal wordt de mensheid verrast door een robotopstand.

Een actuele samenvatting van de stand van zaken op het gebied van robotisering geeft Telegraaf-journalist Wouter van Bergen in ‘De robots komen eraan!’ Hij zet de verschillende toepassingsgebieden van de robotica op een rij en vraagt zich af wat ons te wachten staat.
In ‘De opmars van robots’ verwoordt Martin Ford, softwareontwikkelaar uit Silicon Valley, zijn verontrusting over de maatschappelijke ontwrichting die ict en robotisering teweeg brengen. Volgens Ford zullen we onze economie zo ongeveer opnieuw moeten uitvinden.

In stripverhalen zijn robots graag geziene gasten. Een hele reeks met een robot als hoofdpersoon is Archie, de man van staal. De Archieverhalen verschenen vanaf 1952 in Engeland. In de jaren zeventig zette de Nederlandse stripmaker Bert Bus, onlangs overleden, de reeks voort.
In een nieuwer album als ‘De robots van Danderzei’, onderdeel van de Storm-reeks, vermengen Don Lawrence en Martin Lodewijk sciencefiction met fantasy-elementen.

Terug naar boven